Brand kerktoren Weesp woedt op onbereikbare hoogte

Brand kerktoren Weesp woedt op onbereikbare hoogte

J. Visser

Brandweerlieden staan in de avond van 8 november in Weesp voor een lastige klus. Op ongeveer zeventig meter hoogte woedt brand in de toren van de Laurentiuskerk. ‘We kunnen die hoogte niet bereiken’, vertelt eerste bevelvoerder Raymond Terweij. Naar binnen gaan is ook geen optie. Met behulp van redvoertuigen wordt geprobeerd de brand zo hoog mogelijk te stoppen. Tijdens de hele inzet speelt de veiligheid van de hulpverleners een belangrijke rol. Het gevaar van vallende delen is erg groot.

BR201612-P10KERKTOREN_WEESP
Met het redvoertuig van Veiligheidsregio Haaglanden kan een hoogte van zestig meter worden bereikt.Fotografie Bastiaan Miché

Terweij wordt die avond om 19.35 uur gealarmeerd voor een brandgerucht aan de Herengracht. Hij heeft nog geen idee dat het om de toren van de kerk gaat. Aanrijdend komt steeds meer informatie binnen. ‘Toen we de brug naar de Herengracht opdraaiden, zag mijn chauffeur vlammen in de toren. Het brandde net onder het kruis op ongeveer zeventig meter hoogte. Het scenario van de brand in de Koningkerk in Haarlem in 2003 schoot direct door mijn hoofd’, vertelt hij. ‘Ik heb mijn manschappen nadrukkelijk meegegeven dat wat er ook zou gebeuren, we niet naar binnen gingen. De eigen veiligheid was het belangrijkst.’ Ter plaatse deelt hij dat ook met de bemanning van het redvoertuig. Alle voertuigen worden buiten de valschaduw van de toren opgesteld. Terweij weet dat de kerk niet meer in gebruik is en dat deze is verkocht. Naar alle waarschijnlijkheid is er dus niemand binnen. Binnen enkele minuten nadat de eerste TS ter plaatse is, staat ook de beheerder van de kerk er. ‘Hij bevestigde dat er geen personen in de kerk waren. Een opluchting, vooral omdat je niet naar binnen wilt. De bevestiging dat er geen slachtoffers zijn maakt het makkelijker om op veilige afstand buiten in te zetten.’ De beheerder vertelt hem bovendien dat er geen brandveiligheidsvoorzieningen in de kerk zijn. Terweij schaalt op naar middelbrand en alarmeert een tweede redvoertuig. ‘Ik wilde graag de autoladder van kazerne Anton uit Amsterdam-Amstelland. Die was het dichtstbij en haalt een hoogte van dertig meter. Ons eigen redvoertuig haalt 27 meter, met de blusmonitor kun je dan nog een flink stuk omhoog spuiten.’ Van de politie krijgt Terweij te horen dat de school achter de kerk vol zit met mensen. De bevelvoerder geeft de opdracht om de school en alle woningen rondom de kerk te ontruimen. Bovendien besluit hij dat de Blomstraat naast de kerk door niemand meer mag worden gebruikt en zet hij één manschap in om de kerktoren continu in de gaten te houden. Hij schaalt op naar GRIP1 en maakt niet veel later grote brand. Hij heeft nog een redvoertuig nodig aan de achterzijde van de kerk op de hoek van de Blomstraat. Officier van Dienst (OvD) Jan Bert Heinen stemt bij aankomst de verdere inzet met de aanwezige bevelvoerders af. ‘Na de eerste rondgang wilde ik een tweede OvD ter plaatse vanwege de grote afstanden en ik heb verder opgeschaald naar zeer grote brand in verband met de hoeveelheid vliegvuur. Omdat er grote kans op secundaire branden in de directe omgeving van de kerk was, hebben we daarop redvoertuigen en handstralen ingezet. Secundaire branden zijn voorkomen, mede door inzet van de aanwezige eenheden.’

BR201612-P12KERKTOREN_WEESP2
Bij de brand in de kerktoren is veel vliegvuur.Fotografie Bastiaan Miché

Valgevaar

De brand ontwikkelt zich snel en loopt naar beneden tot het punt dat de redvoertuigen met hun stralen kunnen bereiken. Duidelijk is dat de top van de toren op een zeker moment naar beneden gaat komen. ‘De vraag was alleen wanneer en welke kant hij op zou vallen’, aldus Terweij. ‘Na een half uur vertelde hij dat het kruis een beetje knikte naar de kant van de Herengracht. Een opluchting. Dit was het beste scenario dat we maar konden bedenken. Voor de kerk aan de Herengracht was een pleintje. Even verderop stonden auto’s geparkeerd, verder was er niets dat gevaar liep. Als hij de andere kant op was geknikt, hadden we ons plan plus in werking moeten stellen. In dat geval was de brandende toren door het schip in de kerk gevallen. Dan weet je dat de hele kerk in vlammen opgaat.’

Ongeveer twintig minuten later zien Heinen en Terweij het sein dat de torenspits op vallen staat. ‘We hebben dat met alle eenheden gedeeld. Je bent dan nog even in afwachting waar hij precies valt’, vertelt Heinen. ‘De richting wisten we, maar niet hoe ver hij van de kerk af zou vallen.’ Uiteindelijk belandt het grootste deel van de torenspits op het plein, ongeveer tien tot vijftien meter van de kerk af. Terweij: ‘Op afstand hebben we met twee stralen lage druk de berg hout geblust. Ook toen was veiligheid nog een belangrijk aandachtspunt, er kwamen nog steeds delen naar beneden. Delen hout, maar ook stukken leisteen die mede door de wind de slangen bereikten die in het begin van de brand waren neergelegd. Die sloegen gaten in de slangen. Er waren al slangen doorboord.’

Als het grootste valgevaar is geweken, besluit Heinen om de redvoertuigen iets dichterbij de kerk te plaatsen. ‘Zo konden met hun straal hoger komen om de vuurhaarden te blussen. Het doel was om het vuur bij de galmgaten tegen te houden.’

BR201612-P13KERKTOREN_WEESP3
Vanuit de werkbak aan het redvoertuig van Veiligheidsregio Haaglanden worden de laatste vuurhaarden geblust en loszittende delen verwijderd.Fotografie Bastiaan Miché

Binnenverkenning

Na een uur wordt de eerste bevelvoerder afgelost door zijn collega Johan Helder. In overleg met de OvD besluit hij om een binnen-verkenning te gaan doen. ‘Ik ben goed bekend in de kerk. Met de aanvalsploeg ben ik via de pastorie naar binnen gegaan. Daar hing lichte rook. Ook in de kerk was niets aan de hand. We konden zelfs nog zonder ademlucht aan te koppelen de trap op’, blikt Helder terug. Halverwege de toren stuiten de brandweerlieden op een dichte deur. Helder besluit alleen naar beneden te gaan en het via de andere kant te proberen. De toren is tot dat niveau, zowel links als rechts te beklimmen weet hij. ‘Die deur was wel open. Over loopplanken boven het plafond van de kerk hebben we met behulp van de warmtebeeldcamera een snelle verkenning van het hele schip gedaan. Eenmaal terug in de toren, ongeveer tien meter onder het niveau dat de hoogwerker kon bereiken, was het nog steeds redelijk droog en schoon.’ Er wordt besloten verder omhoog te klimmen tot boven de klokkenstoel die zich op een meter of dertig bevindt. In het bovenste deel van de toren zien de brandweerlieden een klein stukje elektriciteitskabel branden. ‘Verder was er niets aan de hand. De weg verder naar boven was door ingestorte delen geblokkeerd.’ Helder besluit samen met de aanvalsploeg weer naar beneden te gaan. De OvD is, zodra zij buiten komen, al volledig op de hoogte van de situatie binnen. ‘Toen ze binnen waren, beschreef de bevelvoerder continu goed wat hij zag. Samen hebben we besproken wat we verder konden doen.’

Kraan Haaglanden

Inmiddels is de kraan van Haaglanden ook ter plaatse gekomen. Deze kan een hoogte van zestig meter bereiken en heeft een werkbak eraan hangen. In overleg met Helder besluit Heinen dat twee bemanningsleden van de TS, vanuit de werkbak loshangende en uitstekende delen van de kerktoren kunnen afzagen en afblussen. ‘Dit konden we van binnenuit niet doen, want dan werk je boven je hoofd. Alles wat dan naar beneden komt, is een gevaar. Bovendien konden we een bouwdeskundige en de salvagecoördinator in de bak mee naar boven laten gaan om van bovenaf de schade te laten aanschouwen.’ Daarvoor heeft Heinen in overleg met de salvagecoördinator twee lichtunits met verstralers geregeld, zodat de hele kerktoren in het licht gezet kan worden. Als om vijf voor half drie ook het laatste stukje is geblust, wordt verder afgeschaald.

BR201612-P13KERKTOREN_WEESP4
Fotografie Bastiaan Miché

Veiligheid

Terugkijkend op de inzet constateren zowel Heinen als Helder en Terweij dat de veiligheid als rode draad door de hele inzet heeft gelopen. ‘Wij hebben tot het einde scherp gelet op vallende delen. Eerst van de hele toren, later van loszittend materiaal. Dat dat ook echt nodig was, bleek toen in de nablusfase nog een balk bovenop een aantal slangen viel’, vertelt Helder. ‘Je kunt niet verslappen, want je wilt met iedereen veilig kunnen terugkeren naar de kazerne. Dat is gelukt.’

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering