Kerkbrand Hoogmade: onderbuikgevoel komt uit

Kerkbrand Hoogmade: onderbuikgevoel komt uit

Jildou Visser

Bij het afbranden van oude verflagen, vat op 4 november het droge hout op de zolder van de kerk in Hoogmade vlam. Snel nadat de eerste TS ter plaatse is, komt over de volle breedte van het dak rook onder de dakpannen vandaan. Hoewel het onderbuikgevoel van alle betrokkenen aangeeft dat de brand niet te houden is, wordt in eerste instantie toch besloten een offensieve binneninzet te doen. ‘De kerk is zo’n beeldbepalend en belangrijk gebouw in het dorp, we wilden er alles aan doen zoveel mogelijk te redden’, vertelt eerste bevelvoerder Casper Uittenbogaard.

BR201912-2225BRANDVANDEMAAND1
Door de veiligheidszone van 150 meter kunnen de eenheden de brand in het schip van de kerk niet bestrijden.
BR201912-2225BRANDVANDEMAAND2
Vanuit het redvoertuig wordt geprobeerd overslag naar de naastgelegen pastorie te voorkomen.FOTB_fotobijschrift zwart linkslijnend

Het is 12.18 uur als de eerste eenheden worden gealarmeerd voor de brand in de kerk. ‘De centralist vertelde me dat de brand bij werkzaamheden aan het dak was ontstaan. Dan weet je dat het een lastige klus wordt. Je moet op hoogte werken, op zo’n kerkzolder is het vaak krap met kruipdoor sluipdoor gangetjes, er is veel droog hout aanwezig en je kunt te maken krijgen met een dubbel plafond. Daarnaast schoot ook het scenario van de brand in de Koningskerk waarbij in 2003 drie brandweerlieden zijn omgekomen, door mijn hoofd’, aldus Uittenbogaard. Ter plaatse wordt de eerste bevelvoerder opgevangen door de schilder. Als de schilder hem heeft bijgepraat, komt ook de tweede TS ter plaatse. In overleg met de tweede bevelvoerder besluit Uittenbogaard dat hij een rondomverkenning gaat doen, terwijl zijn manschappen vanaf de autoladder de situatie in kaart brengen. De tweede TS start met het afleggen van de lage druk. ‘Ik ben rondom de kerk gelopen, maar werd tijdens de verkenning niet veel wijzer. Het gebouw was te hoog. Ik keek vooral tegen de onderkant van de goot aan’, vertelt hij. ‘Ondertussen hebben mijn manschappen een gat in de nok van het dak gezaagd. Daar zagen ze dat het binnen over een meter of tien brandde. Vanuit het redvoertuig zijn ze met een straal hoge druk gaan blussen, maar ze konden er niet goed bij.’ Dan komt ook Officier van Dienst (OvD) Robert de Wit ter plaatse. Over de hele breedte van het dak komt lichte kabbelende rook onder de dakpannen vandaan. ‘Beide bevelvoerders hebben hun beeld met me gedeeld. Samen hebben we besloten om met een straal lage druk een offensieve binneninzet vanuit de toren in te zetten op het schip van de kerk. Via de toren wilden we proberen om bij de brand te komen. Ik heb opgeschaald naar grote brand en een tweede redvoertuig gevraagd. Daarnaast heb ik de derde TS gekoppeld aan de tweede, zodat we binnen genoeg handjes hadden om een terugtocht te kunnen borgen.’ Als de brandweerlieden enkele minuten later binnen zijn, hoort De Wit een rommelend geluid. ‘Ik liep richting het eerste redvoertuig naast de kerk en zag dat ineens veel zwarte rook onder druk op verschillende plaatsen uit het dak perste. “Iedereen naar buiten”, heb ik toen direct via mijn portofoon geroepen. Alle seinen stonden op rood. De branduitbreiding ging ineens razendsnel. Dat is ook het moment dat ik wist dat de kerk mogelijk niet meer te redden was en we zijn overgeschakeld naar een defensieve buiteninzet waarbij we hebben geprobeerd de toren en de pastorie te behouden.’

Impasse

De OvD schaalt op naar zeer grote brand en GRIP1 en laat het droneteam van Veiligheidsregio Haaglanden alarmeren. Daarnaast besluit hij de redvoertuigen in te laten pakken en buiten de valschaduw van de kerk te herpositioneren. Hij zet de tweede en derde TS aan de rechter zijkant in om met straatwaterkanonnen branddoorslag naar de pastorie te voorkomen. ‘Het grootste vraagstuk was toen hoe groot de veiligheidszone moest zijn. De persoon die het onderhoud van de kerk deed vertelde me dat de toren 52 meter hoog was. Even later sprak het aannemersbedrijf over een hoogte van 72 meter. We hebben toen eerst een veiligheidszone van 75 meter aangehouden, om zo lang het nog verantwoord was, een offensieve buiteninzet te kunnen doen. Dat bracht wel de nodige knelpunten met zich mee, want vanwege de veiligheidszone konden we alleen nog door een eind om te lopen van de ene naar de andere kant komen.’ ‘Vanaf dat moment zijn we gaan werken met drie inzetvakken. De eerste OvD stond aan de linkerkant van de kerk, de tweede OvD rechts en de derde aan de achterkant’, vult Hanneke Bergsma, Hoofdofficier van Dienst (HOvD) aan. ‘Daarnaast heb ik de woningen tegenover de kerk, die in de valschaduw stonden, laten ontruimen. En ik heb opgeschaald naar GRIP2, omdat de rook over de naastgelegen woonwijk trok.’ Terwijl alle eenheden de inzet ombouwen, overlegt Bergsma met de functionaris van bouw- en woningtoezicht van de gemeente. ‘Ik had de hoop dat hij iets kon zeggen over de staat van de constructie, maar vanaf de grote afstand was dat te lastig. De brand zat al een tijd in het pand, we hadden geen zicht op de effecten daarvan. Met de drone konden we dat deels inzichtelijk maken. Zo zagen we via de beelden van de drone verticale scheuren in de toren die werden steeds groter, maar we konden er niet uit afleiden welke kant de toren mogelijk op zou vallen. Daarnaast ben ik veel zaken gaan regelen, zoals de logisitiek en de brandstof, en ik heb enkele keren een ronde langs de OvD’s gemaakt om hen bij te praten. Ik wilde hen niet bij hun eenheden vandaan halen en ben dus zelf gaan lopen.’ Nadat de brand enige tijd in de kerktoren heeft gewoed, is rond 14.00 uur een veiligheidszone van 150 meter ingesteld en wordt overgestapt naar een defensieve buiteninzet.

BR201912-2225BRANDVANDEMAAND3
Als na anderhalf uur wachten de spits van de toren valt, kan de veiligheidszone worden verkleind en kan het nablussen beginnen.

Vanaf een afstand van 150 meter tot de kerk, kunnen alle repressieve eenheden niet veel meer doen dan wachten tot de toren valt. ‘Je weet alleen niet of en wanneer dit gebeurt en welke kant de toren op valt. Om ons erop voor te bereiden hebben we verschillende scenario’s uitgedacht. Van alle scenario’s hebben we de risico’s in kaart gebracht en een inzetplan gemaakt met bijbehorende taakverdeling. We stonden continu klaar voor de inzet en hebben met een schuimblusvoertuig de naastgelegen woningen met een rieten kap afgeschermd. Al met al hebben we ongeveer anderhalf uur moeten wachten, dan duurt wachten best lang’, vertelt De Wit. ‘In die uren zie je ook wat de brand in de kerk met het dorp doet. Omstanders waren zeer geëmotioneerd. Iedereen in het dorp was van slag. Ik heb ook brandweerlieden in tranen gezien. Dat maakt wel indruk.’

Als na anderhalf uur wachten de toren valt, valt deze precies de goede kant op. De Wit: ‘Hoewel je er lang op staat te wachten, komt dat moment toch onverwachts. Hij viel richting het schip, precies naast de kerk. Perfect. Doordat we het inzetplan al klaar hadden, wist iedereen precies wat hij moest doen. We hebben toen de veiligheidszone teruggebracht tot vijftig meter. Vanaf die afstand konden we de gevallen torenspits in een paar minuten afblussen.’ Ook de brand in de kerk wordt dan snel minder. ‘De grootste vuurbelasting was er wel af, alles was opgebrand.’

Wel of niet slopen

Bergsma wil na het vallen van de torenspits de brand zo snel mogelijk op een veilige manier blussen. ‘De kerk is geen monument, en om de brand goed te kunnen blussen was slopen een optie. Om te voorkomen dat we er niet nog een etmaal moesten nablussen, zou slopen voor ons de snelste en veiligste optie kunnen zijn. Vlak voordat ik het CoPI inging, raakte ik in gesprek met het kerkbestuur. Zij vroegen me eigenlijk of we het deel dat nog stond, konden behouden. Het is op zo’n moment belangrijk dat je elkaars belangen begrijpt. Ik heb de Leider CoPI het vraagstuk laten afpellen en toen begon het ook al schemerig te worden. Ik wilde sowieso niet in het donker slopen en dus hebben we besloten zo goed mogelijk na te blussen met nieuwe eenheden. We hebben toen iedereen laten aflossen.’

Leerpunten

Bij zowel Bergsma, De Wit als Uittenbogaard overheerst na afloop toch een gevoel van machteloosheid. ‘Je wilt heel graag meer betekenen en het verschil maken, maar dat kon in dit geval niet. Het belangrijkste bij dit soort branden is dat je geen onverantwoorde risico’s neemt’, aldus Bergsma. De Wit haakt daarop in: ‘Mijn onderbuikgevoel vertelde me vanaf het begin dat we de kerk mogelijk niet meer konden redden. Er waren signalen dat het mogelijk een ontwikkelde brand was op een slecht bereikbare plek. Als je kijkt naar de factor tijd/tempo in relatie tot de slagkracht, wat kun je dan nog doen? Na overleg met de eerste twee bevelvoerders hebben we samen toch besloten een binnenaanval te doen. Misschien dat ik in mijn keuze een eerdere ervaring van een dakbrand in een kerk heb laten meewegen. Als manschap ben ik ooit in het schip van de kerk ingezet, daarmee hebben we een groot deel van de kerk kunnen behouden. Mijn leerpunt van deze brand is dan ook om niet te varen op je ervaring, maar op de waarnemingen en de kennis die je hebt. En om te luisteren naar je onderbuikgevoel.’

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering

Kersttijd, reflectietijd

Hebben jullie dat ook, dat je zo tijdens de feestdagen net iets meer tijd neemt om na te denken over dingen? Logisch beschouwd zou er misschien geen reden hoeven zijn dit eind december te doen en niet...

Met simpele aanpassingen veiliger werken

Hoe kunnen medewerkers worden gestimuleerd om vaker en beter persoonlijke (adem)beschermingsmiddelen te gebruiken? Dat is de centrale vraag van de pilot die Brandweer Nederland samen met het ministeri...